Thuis in twee landen

Nog nooit emigreerden er zoveel Nederlanders. Maar niet allemaal gooien ze de deur helemaal dicht. Half hier, half daar. Drie ‘semigranten’ over hun leven in de spagaat.

De keus was snel gemaakt toen René Köhler (41) een motor zocht voor zijn ritjes door Zaandam en omstreken. “In Lapland had ik al een motor, waar ik simpelweg heel tevreden mee was. Omdat ik geen zin had om steeds weer te moeten wennen aan andere rijeigenschappen, heb ik toen maar de keus gemaakt. Ik heb hetzelfde model gewoon nog een keer gekocht.”

Twee keer exact dezelfde motor. Maar ook: twee keer een accountant, twee keer een wasmachine en twee keer bijna alles er tussenin. Het zijn de praktische voetnoten van het semigrantenbestaan, weet Köhler, sinds hij met zijn vriendin bijna tien jaar geleden de reisorganisatie Scandinavian Wintersports startte. Sindsdien pendelt het tweetal het hele jaar heen en weer tussen hun Zaanse huisje en een tweede thuis in de eindeloze wildernis van Fins Lapland. Een paar weken onderhoud aan hun gerenoveerde houthakkershut bij Pyhäjärvi, en weer terug richting Nederland. Een broodnodige inhaalslag met de Hollandse administratie, en hup: weer het vliegtuig in voor een training met de sledehonden. Heen, weer, heen, weer. Per jaar gemiddeld zes maanden in beide landen.

“Ja, af en toe voel ik me wel zo’n circusartiest die van die bordjes op stokjes draaiende moet zien te houden”, lacht Köhler. “Je leeft twee levens in één, en heus niet alleen op professioneel gebied. Ik heb in Finland ook gewoon een vriendengroep en hobby’s. Ook dat vergt af en toe creativiteit.” 

Neem nou zijn liefde voor de muziek. “Muziek is gewoon leuker om met elkaar te maken, dus al gauw had ik één band in Nederland en één in Finland. Beide spelen exact dezelfde nummers – die ik zelf schrijf – alleen in Finland is de uitvoering wat steviger en hier iets dansbaarder. Het vergt soms wel even een omschakeling, maar uiteindelijk vormt het je als  muzikant en liedjesschrijver. Zo is het ook met de rest van het semigrantenleven. Ik voel me er alleen maar heel rijk mee.”

Pensionado’s
En hij is niet de enige. Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek steeg ons totale emigratiecijfer in 2012 met 8,5 procent tot een recordaantal van 144.491 personen. Nog nooit vertrokken in één kalenderjaar zoveel inwoners uit Nederland. En hoewel deze statistieken niets concreets zeggen over het grijze gebied der semigranten, zijn ze volgens sociologen wel een teken aan de wand voor ook de groei van dit soort nieuwe vormen van mobiliteit. Zelfstandige ICT’ers die hun kantoor een deel van het jaar naar Thailand verhuizen. Schrijvers die in New York een half jaar aan hun boek schaven. Gepensioneerde Turken die jaarlijks een paar maanden terugkeren naar het moederland. Het zijn al lang niet meer alleen de overwinterende pensionado’s aan de Spaanse Costa’s die met een been in twee verschillende landen leven. 

“Het is niet zo dat we in Nederland een functie hebben en daarna een half jaar alleen maar op onze gat zitten”, benadrukt ook Köhler. “In beide landen vervullen we een maatschappelijke rol, alleen verenigen we die in één leven.”

Een leven zoals ook Renée Koudstaal (37) leidt bijvoorbeeld. Na een jeugd in het Gooi verkaste ze na haar eindexamen direct naar Parijs. “Ik wilde groots en meeslepend leven, en een andere stad dan Parijs was eigenlijk nooit een optie.” Met een eigen evenementenbureau had ze haar Franse leventje prima op orde, toen ze drie jaar geleden haar Amsterdamse vriend ontmoette en ineens weer om de haverklap in de Jordaan te vinden was. 

“Het was absoluut niet gepland; ik had Nederland nooit echt gemist namelijk. Het gekke is dus dat ik juist hier vaak een cultuurshock ervoer. In Nederland zijn mensen heel direct, open en toegankelijk, maar iedereen bemoeit zich ook met elkaar. Daar moet ik nog steeds wel aan wennen. Toch gek in je eigen land.”

Inmiddels pingpongt ze voortdurend op en neer tussen beide wereldsteden. In het begin soms meerdere keren per week, maar tegenwoordig met langere tussenpozen. “Ik zie vrijwel uitsluitend voordelen. Je leeft veel bewuster en staat veel meer stil bij de mooie dingen van het leven. Ik kan intens genieten van dingen die ik jarenlang heel normaal heb gevonden. Dan sta ik in Parijs ineens te turen naar een gebouw waar ik al duizenden keren langs ben gelopen.”

“Je gaat met andere ogen naar beide landen kijken”, ziet ook Köhler. “En zo leer je zaken ook te relativeren. In Lapland staat men bijvoorbeeld veel dichter bij de natuur. Daar zou niemand staan te foeteren omdat de trein is vertraagd door bladeren op het spoor. ‘Het is herfst’, zeggen ze daar. ‘Wat verwacht je dan?’”

Koudstaal: “Voor mij is dit een leven a la carte. Het zijn twee totaal verschillende werelden, en ik probeer het beste van beide eruit te kiezen. Er is altijd iets leuks dat op je wacht. Ik ben elke keer weer blij om naar Amsterdam te gaan, maar stap elke keer ook weer zonder tegenzin in de Thalys naar Parijs. Ik woon in beide steden vlakbij het station. En zo ver weg is het niet. Als ik om zes uur ’s avonds hier de trein pak, kan ik nog net voor het hoofdgerecht aanschuiven bij vrienden in Frankrijk.”

Köhler: “Het is the best of both worlds. Als er gevoetbald wordt ben ik voor Nederland, maar kijken we ijshockey dan staat Finland op nummer één.”

LEES VERDER...