Baas aan eigen bal

Met de start van de Eredivisie Vrouwen zou deze week de laatste stap gemaakt worden in de emancipatie van de Nederlandse voetbalsport. Maar de competitie belooft vooralsnog lege tribunes, wedstrijden op trainingsveldjes en een onbetaald bestaan voor de speelsters. ‘Onze spits kostte drieduizend euro. Zo veel konden we echt niet betalen.’

Zondag 5 augustus, even over tienen in de ochtend. De voltallige voetbalredactie van vrouwenblad Opzij is vandaag in de auto gestapt naar de velden van het Utrechtse trainingscomplex Klein Galgenwaard. Onwennig schuifelt ze op haar hakken over het droge gras aan de zijlijn. Met een hippe zonnebril op de neus krabbelt de blonde verslaggeefster haar bloknoot vol met de tactische kreten die over het veld geschreeuwd worden. “Goed druk gezet Miranda. Eerder de ruimte erachter Joniek. Denise en Lesley dichter bij elkaar.” De allereerste training van de FC Utrecht dames is een feit. Tevreden staart het Opzij-meisje naar de speelsters die in de zomerzon over het veld draven. Er hangt emancipatie in de lucht.

Droom
De champagneflessen stonden al een tijdje klaar in de koeling van het Zeister KNVB-bolwerk, maar dinsdag 20 maart 2007 knallen dan eindelijk de kurken. Vrouwenbondscoach Vera Pauw kan haar geluk niet op. Zojuist zijn de handtekeningen gezet onder het convenant Eredivisie Vrouwen waarmee de voetbalvrouwen zich na decennia in de schaduw, een weg hebben weten te buffelen naar de schijnwerpers van de top. “Dit is een historisch moment”, glundert ze. “Ik droom hier al vijfentwintig jaar van en vandaag komt die droom uit. Dit is de laatste stap in de sportpiramide.” Directeur betaald voetbal Henk Kesler vult haar aan. “Een prachtige ontwikkeling. Iedereen gelooft hier in en het zal een groot succes worden.”

Al jaren werd er in Zeist gefluisterd over een op te richten zusje voor de Eredivisie, maar het laatste half jaar was het proces pas goed op gang gekomen nadat de KNVB zijn plannen kenbaar had gemaakt aan de clubs uit het betaald voetbal. Negen teams hadden zich gemeld, maar de eerste gevoelige nederlaag werd buiten het veld geleden toen zowel Ajax, Feyenoord als PSV geen thuis gaven. Omdat bovendien nog drie clubs voortijdig afhaakten, bleven er slechts zes over: ADO Den Haag, AZ, FC Twente, FC Utrecht, SC Heerenveen en Willem II. Zij komen in een seizoen van twintig speelronden vier keer tegen elkaar uit op de donderdagavond. De Eredivisie Vrouwen is een gesloten competitie: degradatie naar de hoofdklasse is onmogelijk, evenals promotie in tegenovergestelde richting. Wel zijn de eredivisieclubs gekoppeld aan een hoofdklasseclub in hun regio. De speelsters zijn gerechtigd om voor beide teams uit te komen en kunnen zo gedurende het seizoen gemakkelijk doorstromen naar de Eredivisie of juist speelminuten opdoen in de hoofdklasse. 

“Door deze competitie zal het Nederlandse vrouwenvoetbal de aansluiting maken naar de wereldtop”, gelooft FC Utrecht trainster Maria van Kortenhof (47) heilig. “In een land als Duitsland trainen vrouwen zes keer per week, waardoor ze standaard aanwezig zijn op de grote kampioenschappen. Wij moeten ook op dat podium verschijnen. Dat kan alleen maar als je ook meer tijd en geld gaat investeren in de sport. Met deze stap professionaliseert de sport enorm. Vijf keer per week trainen, een volledige technische staf en niemand die nog haar eigen shirtje hoeft te wassen.”

Aansluiting met de internationale top vereist echter een gigantische stap. Op de wereldranglijst van de FIFA staat het Nederlandse vrouwenteam op de 18e plaats, ver onder traditionele voetbaldwergen als Noord-Korea, Canada en Finland. Al veertien jaar lang heeft de ploeg zich niet meer weten te kwalificeren voor het EK. De eindronde van het WK werd zelfs nog nooit gehaald. Toch heeft Van Kortenhof goede hoop. “De aandacht voor het vrouwenvoetbal zal hoe dan ook groeien. Er voetballen 90.000 meisjes in Nederland en we zijn hockey aan het inhalen als populairste damessport. Het gaat met deze Eredivisie pas echt leven en wie weet halen we nu ook een keer het EK hierheen. Dan staan we zo met z’n allen op een voetbalplaatje. Kijk maar hoe het met Jong Oranje is gegaan. Dat kunnen wij ook, dat Foppe-effect.”

Onkostenvergoeding
Ondanks de lofzang uit Zeist en de hoop in Utrecht heeft de Eredivisie Vrouwen in de realiteit vooral veel weg van een veredelde amateurcompetitie. Het gros van de wedstrijden wordt afgewerkt op trainingsaccommodaties, simpelweg omdat de grote stadions nou niet bepaald vollopen bij dameswedstrijden. Op een paar Belgen na ontbreken internationale transfers compleet. Maar vooral het gebrek aan geld valt op. De mannenclubs in de Eredivisie hebben dit jaar 368 miljoen euro te besteden. De zes vrouwenteams moeten het gezamenlijk doen met nog geen miljoen. Zelfs de topspeelsters ontvangen bij hun club slechts reis- en onkostenvergoeding.

Van Kortenhof: “Speelsters zijn zes dagen in week met de sport bezig naast hun gewone werk of studie, maar ze krijgen daar niets voor terug. Ze krijgen alleen hun reiskosten betaald en als er uren worden gemist op hun werk dan betalen we die terug aan de werkgever. Maar zelfs daar zitten grenzen aan. Onze beoogde spits is nooit gekomen omdat ze universitair was opgeleid en een te hoog uurloon had. Ze kostte ons drieduizend euro. Zo veel konden we echt niet betalen. En dan te bedenken dat zo’n Royston Drenthe op zijn twintigste voor dertien miljoen naar Real Madrid gaat. Als ik er aan denk wat wij met dat geld zouden kunnen doen…” Meer dan vierduizend spitsen kopen bijvoorbeeld. Assistent-trainster Mascha Hoogeveen (41) glimlacht: “Ja, da’s een boel.”

Bijna tweehonderd man heeft zondagochtend 12 augustus zijn weg gevonden naar de Utrechtse voetbalvelden van het Zoudenbalch-terrein. Over een klein kwartier begint de oefenwedstrijd FC Utrecht-Wartburgia. “’T is toch wat, mijn cluppie, een vrouwenteam.” mompelt De Gemiddelde Utrecht Fan – uitpuilende buik, vlassnorretje, lege ogen en dito bierblikje - langs de lijn. Niet-begrijpend schudt hij het bolle hoofd. “Waar blijven ze trouwens? Ze moeten zeker weer allemaal eerst pissen of staan nog te kwekken. Typisch vrouwen.” Als het team niet veel later in bloedrood tenue het veld betreedt beoordelen de drie door blessures geteisterde speelsters naast de dug-out stilletjes het vetpercentage, de schoenkeuze, het loopvermogen en de inzet van hun fitte teamgenoten. “Doet ze die kleur schoenen aan bij dát broekje?” klinkt de ziekenboeg verontwaardigd. 

Het verschil met de mannen, het is een voortdurend terugkerend thema in het vrouwenvoetbal. Dat verklaart spandoeken langs de lijn met teksten als “22 borsten, zijn beter dan 11 worsten”. Hoewel het spelletje exact hetzelfde is, slaat elke vergelijking tussen mannen- en vrouwenvoetbal volgens Hoogeveen dood. “Je kunt Justine Henin toch ook niet tegen Roger Federer laten spelen. Die meid wordt compleet van de baan gemept. Maar dat wil niet zeggen dat ze niet kan tennissen. Zo is het bij het voetbal ook. Mannen hebben nou eenmaal meer kracht en snelheid.” Van Kortenhof: “Als wij oefenen tegen jongens uit de A1 zie je echt dat we het voetbalspel veel beter uitvoeren. Maar dan nog worden we soms verslagen door een sprint over twintig meter. Toch kunnen deze meiden stuk voor stuk voetballen, hoor.”

Nauwelijks halverwege de eerst helft onderstreept spielmacher Gilanne met een wonderschoon doelpunt het gelijk van haar coach aan de zijlijn. Op een kleine twintig meter van het doel neemt ze de bal uit de lucht aan op haar borst, met de rug naar de keepster. Dan gooit ze haar benen de lucht in en knalt ze de bal met een verwoestende omhaal precies in de rechterkruising. Het net trilt. 1-0.

LEES VERDER...